Je kunt een les perfect voorbereiden en toch voelen dat hij niet landt. Misschien ligt het niet aan jouw voorbereiding, maar aan de afstand tussen jouw logica en de werkelijkheid van studenten.
Podcast: Waarom onze studenten wel knopvaardig zijn, maar nog lang niet digitaal geletterd (en wat wij daaraan moeten doen)
We maken onszelf in het onderwijs vaak iets wijs. We kijken naar onze studenten, zien hoe ze in een fractie van een seconde een strakke TikTok-video monteren, een Snapchat-streak in leven houden, of razendsnel door complexe menu’s swipen. Vervolgens denken we stiekem: die redden zich wel. We plakken er met een zekere opluchting de hippe term ‘digital natives’ op en leunen achterover. Maar in de nieuwste aflevering van de podcast Tussen de lessen door helpt onze gast Stephanie Meuleman (bij velen beter bekend als de onmisbare ‘Socialmedia-juf’) ons genadeloos uit die droom. Stephanie, specialist Digitale Geletterdheid en AI-Geletterdheid, slaat in dit gesprek de spijker namelijk keihard op zijn kop. Onze jongeren zijn ontzettend knopvaardig, maar ze zijn nog absoluut niet digitaal geletterd. En in een wereld waarin kunstmatige intelligentie, deepfakes en sturende algoritmes steeds nadrukkelijker de dienst uitmaken, is dat een levensgevaarlijke blinde vlek voor ons als onderwijsprofessionals. De mythe van de digital native Als we de student in ons onderwijs écht centraal willen stellen, moeten we beginnen met eerlijk naar hun belevingswereld te kijken. Ja, jongeren weten feilloos hoe vrijwel elke functie op een smartphone werkt. Ze irriteren zich groen en geel als wij, de docenten, weer eens staan te hannesen met het digibord of een haperende presentatie. Ze swipen ons figuurlijk aan de kant. Maar als het gaat om de achterkant van die technologie begrijpen hoe AI écht werkt, inzien wat een algoritme op de lange termijn met je zelfbeeld doet, of inschatten hoe je de betrouwbaarheid van een online bron checkt, blijft het ijzingwekkend stil. Stephanie verwoordde het in de podcast prachtig en doeltreffend: vroeger leerden we kinderen heel expliciet dat ze niet zomaar met een vreemde mee moesten lopen. Maar online stappen ze nu zonder enig pardon bij iedereen in de auto. Ze delen hun diepste onzekerheden met onbekende AI-chatbots en klikken blind op vage links. Dit ligt niet aan hun intelligentie of kunde, maar puur aan hun naïviteit. We nemen ze bij elk vak zorgvuldig aan de hand. Ook begeleiden we ze intensief in hun stages en we waken over hun veiligheid tijdens praktijklessen. In de onbegrensde digitale wereld laten we ze echter compleet aan hun lot over. Dat is in feite pure digitale laaggeletterdheid. En vergis je niet: dat belemmert ze in de ‘wereld van later’ straks net zo hard als wanneer ze de taal niet zouden kunnen lezen of schrijven. Practice what you preach: Het vakmanschap van de docent Hier ligt een gigantische en prachtige taak voor ons onderwijskundig vakmanschap. En nee, wees gerust, daarvoor hoef je echt geen doorgewinterde IT-nerd te zijn. Het raakt juist de absolute kern van ons pedagogisch en didactisch handelen. Of je nu zware theoretische vakken geeft of met je voeten in de klei staat in het praktisch gerichte onderwijs: jij bent de professional die de brug slaat tussen de harde technologie en de zachte, menselijke vaardigheden. In een moderne werkplaats moet een student net zo goed begrijpen hoe digitale schema’s werken en wat databeveiliging betekent. Daarnaast moet hij weten hoe een freesmachine voelt. We roepen vaak vol passie dat we leerlingen willen voorbereiden op de toekomst, maar hoe geloofwaardig zijn we als we zélf krampachtig wegblijven van de nieuwste ontwikkelingen rondom AI? Hoe bereiken we ze als we weigeren ons te verdiepen in de platformen waar zij uren per dag op doorbrengen? Stephanie roept ons op om simpelweg het goede voorbeeld te geven. Als wij als docenten in de klas laten zien hoe we kritisch en constructief omgaan met een ChatGPT-prompt, of als we openlijk met ze bespreken hoe een algoritme onze eigen tijdlijn beïnvloedt, dán ontstaat er echte bewustwording. Technologie is immers nooit een doel op zich. Het is een krachtig middel om die verbinding met de student aan te gaan. Het grappige is: we doen dit stiekem al veel meer dan we denken. Elke docent is eigenlijk al bezig met digitale geletterdheid. De docent Nederlands die kritisch bronnen laat checken, de docent burgerschap die de gevaren van online polarisatie behandelt, of de techniekdocent die het belang van software-updates in een slim apparaat uitlegt. Het is er al lang. We moeten de losse puzzelstukjes alleen nog even bewust aan elkaar leggen. Slim rebelleren tegen dikke beleidsplannen Toch zie ik het nog te vaak misgaan op scholen. De lichte paniek slaat toe omdat de nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid eraan komen en vanaf 2027 echt stevig in het curriculum verankerd moeten zijn. Wat is onze eerste reflex? Er kruipt een commissie in een hok om een abstract visiedocument van vijftig pagina’s te schrijven. We wachten op het perfecte beleidsplan, de feilloze leerlijn en het ultieme vinkje van de directie voordat we in actie komen. Maar in de tijd dat wij eindeloos vergaderen over beleid, worden we links en rechts genadeloos ingehaald door de razendsnelle technologische realiteit. Tegen de tijd dat het plan eindelijk is goedgekeurd, is het alweer hopeloos achterhaald. Daarom pleit ik zo voor de nuchtere aanpak van Stephanie. Laten we slim rebelleren tegen die stroperige kaders en het wachten. Wacht niet op 2027. Begin gewoon morgenochtend. Kleur bewust een beetje buiten de lijntjes en breng het gesprek direct de klas in. Vraag je studenten aan het begin van je les eens welke AI-tools zij stiekem gebruiken als ze vastlopen met hun opdrachten. Stap hún leefwereld binnen, wees nieuwsgierig. In plaats van te verwachten dat zij zich maar blijven aanpassen aan onze verouderde, trage structuren. Tijd om de regie te pakken Digitale geletterdheid is allang geen luxe extraatje meer voor de whizzkids; het is een absolute basisbehoefte geworden voor kansengelijkheid. Het is dé skill die straks bepaalt of een jongere succesvol meedraait in de maatschappij of aan de zijlijn komt te staan. Als docenten hebben we de nobele plicht om die verantwoordelijkheid nu te pakken. Dit doe je niet uit angst voor het onbekende, maar vanuit de overtuiging dat we technologie kunnen inzetten om ons onderwijs menselijker, relevanter en beter te maken. Wil je weten hoe je dit morgen al heel praktisch kunt aanpakken in
Breinbrekers in Ede: De student echt aan het stuur in het zorgonderwijs
Afgelopen woensdag had ik de eer om als dagvoorzitter op te treden tijdens het congres ‘Breinbrekers’, georganiseerd door Zorgonderwijsvernieuwers. Een dag die volledig in het teken stond van het aansluiten bij de belevingswereld van de huidige generatie studenten en het vakmanschap van de docent. Het zorgonderwijs staat voor een flinke uitdaging: hoe leiden we professionals op die niet alleen beschikken over de juiste kennis, maar ook over veerkracht en eigenaarschap? Als dagvoorzitter mocht ik de dag openen en de verbinding leggen tussen de verschillende perspectieven op breinleren, zelfregulatie en motivatie. Activerende werkvormen: Van luisteren naar doen Naast mijn rol als dagvoorzitter gaf ik de masterclass ‘Activerende werkvormen & Leren’. Hierin stond mijn kernvisie centraal: de student moet niet louter een passieve ontvanger zijn, maar een actieve deelnemer in het eigen leerproces. We hebben gekeken hoe we met variatie en samenwerking studenten echt eigenaarschap kunnen geven. Technologie zoals AI en VR kwam hierbij uitgebreid aan bod. Voor mij is technologie nooit een doel op zich, maar een krachtig middel om dichter bij de student te komen en de betrokkenheid te vergroten. Het was inspirerend om te zien hoe docenten en praktijkopleiders uit de zorgsector direct aan de slag gingen met werkvormen die verantwoordelijkheid en interactie stimuleren. Frictie en groei De dag bood een prachtige mix van wetenschap en praktijk. Van de ‘7 breinwijsheden’ van Jeanne Bakker tot het pleidooi van Erik Scherder voor frictie in het leerproces; groei ontstaat immers niet in gemak, maar in inspanning. Dit sluit naadloos aan bij mijn overtuiging dat we de lat voor onze praktisch gerichte studenten hoog mogen leggen, mits we ze de juiste tools voor zelfregulatie bieden. Vakmanschap in de zorg Wat me het meest bijblijft van deze dag, is de enorme passie voor vakmanschap in de zorg. Of het nu gaat om theoretisch of praktisch gericht onderwijs: de behoefte om de nieuwe “generatie” studenten écht te begrijpen en te ondersteunen bij hun professionele ontwikkeling is groot.
Interview 12tot18 -‘Het mbo moet af van de Calimero-houding’
‘Het leraarschap vind ik uitdagend, bewogen en intensief. Er verandert veel in de wereld. Studenten fact-checken via YouTube/TikTok/Snapchat en hechten soms meer geloof aan influencers dan aan de docent. De rol van de docent verschuift van autoriteit naar gids, de vakinhoudelijke wegwijzer in een informatierijke wereld. Ik ben vooral trots op mijn prachtige vak. Wij leiden jongeren op tot vakbewame professionals van de toekomst. Ik vind het hartstikke mooi met deze doelgroep om te gaan. Het is niet gemakkelijk om op jonge leeftijd keuzes voor de toekomst te maken. In bucketlist-lessen laat ik studenten grote en kleine doelen formuleren. Ik wil van studenten horen wat hun passie en drijfveer is. Als leraar kun je de harten van studenten bereiken. Jij maakt het verschil!’
Webinar serie: Statenleden – Waarom de volksvertegenwoordiger de regie over AI moet pakken.
Afgelopen week mocht ik voor de tweede keer een groep Statenleden meenemen in de wereld van Kunstmatige Intelligentie. Twee avonden lang doken we niet alleen in de techniek. Vooral doken we in de vraag: hoe behoud je als volksvertegenwoordiger de regie in een digitaliserende samenleving? Technologie als middel, niet als doel In mijn werk in het praktijkgericht onderwijs zeg ik altijd: de student staat centraal, technologie is slechts het middel om dichter bij hun belevingswereld te komen. Datzelfde geldt voor het Statenwerk. Of het nu gaat om complexe data-analyses of de ethische kaders van de EU AI Act, het doel is nooit ‘meer AI’. Het doel is een krachtigere volksvertegenwoordiging. Tijdens de online trainingen op 10 en 24 maart hebben we die vertaalslag gemaakt. We lieten de automatische piloot los en keken kritisch naar: De menselijke maat in digitalisering Het is inspirerend om te zien hoe Statenleden de handschoen oppakken. Digitalisering is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer. Het is inmiddels een essentieel onderdeel van het politieke handwerk. Door AI bewust en praktisch in te zetten, creëren we ruimte voor wat er écht toe doet: de verbinding met de burger en de inhoud van het beleid. Ik kijk met veel energie terug op deze sessies. Het laat zien dat, of het nu in de klas is of in de Statenzaal, passie voor je vak en een nieuwsgierige blik op technologie de sleutel zijn tot betekenisvolle vernieuwing. Afgelopen week mocht ik voor de tweede keer een groep Statenleden meenemen in de wereld van Kunstmatige Intelligentie. Twee avonden lang doken we niet alleen in de techniek. Vooral doken we in de vraag: hoe behoud je als volksvertegenwoordiger de regie in een digitaliserende samenleving? Technologie als middel, niet als doel In mijn werk in het praktijkgericht onderwijs zeg ik altijd: de student staat centraal, technologie is slechts het middel om dichter bij hun belevingswereld te komen. Datzelfde geldt voor het Statenwerk. Of het nu gaat om complexe data-analyses of de ethische kaders van de EU AI Act, het doel is nooit ‘meer AI’. Het doel is een krachtigere volksvertegenwoordiging. Tijdens de online trainingen op 10 en 24 maart hebben we die vertaalslag gemaakt. We lieten de automatische piloot los en keken kritisch naar: De menselijke maat in digitalisering Het is inspirerend om te zien hoe Statenleden de handschoen oppakken. Digitalisering is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer. Het is inmiddels een essentieel onderdeel van het politieke handwerk. Door AI bewust en praktisch in te zetten, creëren we ruimte voor wat er écht toe doet: de verbinding met de burger en de inhoud van het beleid. Ik kijk met veel energie terug op deze sessies. Het laat zien dat, of het nu in de klas is of in de Statenzaal, passie voor je vak en een nieuwsgierige blik op technologie de sleutel zijn tot betekenisvolle vernieuwing. Afgelopen week mocht ik voor de tweede keer een groep Statenleden meenemen in de wereld van Kunstmatige Intelligentie. Twee avonden lang doken we niet alleen in de techniek. Vooral doken we in de vraag: hoe behoud je als volksvertegenwoordiger de regie in een digitaliserende samenleving? Technologie als middel, niet als doel. In mijn werk in het onderwijs zeg ik altijd: de student staat centraal, technologie is slechts het middel om dichter bij hun belevingswereld te komen. Datzelfde geldt voor het Statenwerk. Of het nu gaat om complexe data-analyses of de ethische kaders van de EU AI Act, het doel is nooit ‘meer AI’. Het doel is een krachtigere volksvertegenwoordiging. Tijdens de online trainingen op 10 en 24 maart jongstleden hebben we die vertaalslag gemaakt. We lieten de automatische piloot los en keken kritisch naar: De menselijke maat in digitalisering Het is inspirerend om te zien hoe Statenleden de handschoen oppakken. Digitalisering is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’ meer. Het is inmiddels een essentieel onderdeel van het politieke handwerk. Door AI bewust en praktisch in te zetten, creëren we ruimte voor wat er écht toe doet: de verbinding met de burger en de inhoud van het beleid. Ik kijk met veel energie terug op deze sessies. Het laat zien dat, of het nu in de klas is of in de Statenzaal, passie voor je vak en een nieuwsgierige blik op technologie de sleutel zijn tot betekenisvolle vernieuwing.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.