Wat een week was het in Den Bosch. Wie afgelopen dagen door de hallen van de Brabanthallen liep, voelde het direct: een zinderende energie van passie, focus en bovenal vakmanschap. De ontknoping van Skills The Finals was niet zomaar een wedstrijd. Het was een eerbetoon aan de ruggengraat van onze samenleving. De student centraal, het vakmanschap voorop Als we praten over onderwijsvernieuwing en technologie, verliezen we soms de kern uit het oog. Maar hier, tussen de lassers, de zorgverleners, de ICT’ers en de koks, zag je waar het werkelijk om gaat. Technologie zoals AI en VR zijn prachtige hulpmiddelen om de belevingswereld van de student te verrijken. Toch zie je tijdens Skills dat de handen en het hart van de student de echte hoofdrol spelen. Of een finalist nu met goud naar huis ging of niet: iedere deelnemer is een winnaar in persoonlijke groei en professionele vorming. Het lef om op dat podium te staan en je talent aan 37.000 bezoekers te tonen, dat is waar “ondernemend gedrag” in de praktijk zichtbaar wordt. Teamwork achter de schermen Samen met (collega) onderwijsliefhebbers zoals Twan Stemkens en Dirk Megens mocht ik dit jaar weer onderdeel zijn van deze beweging. Van het geven van een sessie over faalangst tijdens het Podium voor Docenten tot het rondleiden van internationale delegaties; de trots op ons praktisch gericht onderwijs spatte er aan alle kanten vanaf. Maar de echte helden zijn vaak onzichtbaar: De waarde van het MBO Het is tijd dat we stoppen met praten over “hoger” of “lager” onderwijs. Skills The Finals bewijst elk jaar weer dat de term vakmanschap de enige juiste is. De complexiteit van de opdrachten en de precisie van de uitvoering dwingen diep respect af voor het vakmanschap dat we in Nederland rijk zijn. Voor mij was het een eer om, samen met andere (oud)Leraren van het Jaar, bij te dragen aan de sfeer en de inhoud. Of het nu gaat om een sessie over faalangst of het hosten van een webinar over de toekomst van werk: de student staat bij ons altijd centraal. Laten we die “Skills-vibe” vasthouden in de klaslokalen. Niet alleen tijdens de finales, maar elke dag opnieuw.
Keynote: Proefwerk – tussen twee werelden.
Soms zijn er momenten waarop alles samenkomt. Onlangs werd ik gevraagd om de dag te openen met een Keynote voor het event van Stichting Proefwerk. Dit Keynote proefwerk was voor mij bijzonder, want het thema, “Tussen twee werelden”, raakte mij direct. Want is dat niet precies waar de magie van goed onderwijs en echt vakmanschap ontstaat? Op het snijvlak van wie je bent en wat je voor een ander kunt betekenen. Applaus voor de Proefwerkers Stel je het beeld voor: aan de ene kant de gevestigde orde van scholen en organisaties, en aan de andere kant een grote groep bevlogen ‘proefwerkers’. Jonge mensen die de moed hebben om te onderzoeken of het onderwijs bij hen past, terwijl ze tegelijkertijd dagelijks hun enorme meerwaarde bewijzen op de werkvloer. Bovendien zorgde mijn keynote proefwerk ervoor dat deze verbindingen duidelijk naar voren kwamen. Het applaus dat over en weer ging, was meer dan een beleefdheidsvorm. Het was een erkenning van gelijkwaardigheid. We praten vaak over theoretisch of praktisch gericht onderwijs, maar deze dag liet zien dat die hokjes er niet toe doen als er passie en verbinding is. De student (en de jonge maker) centraal In mijn werk hamer ik er altijd op: de student moet centraal staan. Technologie zoals AI of VR is prachtig, maar het zijn slechts middelen om dichter bij die student te komen. Bij Stichting Proefwerk zie je dat principe in de praktijk. Deze jonge mensen zijn de verbinders. Ze stappen een wereld binnen die soms vastgerest lijkt en brengen daar nieuwe energie, een frisse blik en oprecht vakmanschap. Het is mooi om te zien dat de Keynote proefwerk bijdraagt aan het zichtbaar maken van deze ontwikkeling. Na een indrukwekkend optreden van Stichting Kikid zag ik iets moois gebeuren: de werelden versmolten. De gesprekken die volgden waren eerlijk, open en gericht op de toekomst. Overigens was het Keynote proefwerk een inspirerende opening van deze dag. Trots op het fundament Het is bewonderenswaardig hoe Stichting Proefwerk een veilige haven biedt voor dit talent. Ik ben oprecht trots dat ik een steentje mocht bijdragen aan deze dag. Het herinnert me er weer aan waarom ik doe wat ik doe: Dank aan het hele team van Stichting Proefwerk, de partners en de scholen die ruimte maken voor deze nieuwe generatie. Jullie laten zien dat ’tussen twee werelden’ niet betekent dat je nergens bij hoort, maar dat je de unieke positie hebt om twee werelden sterker te maken.
Dagvoorzitter: Een dag vol verbinding en vakmanschap op de Unicoz Onderwijsdag
Eens in de vier jaar pakt de Unicoz Onderwijsgroep groots uit met hun Onderwijsdag. Een dag die volledig in het teken staat van ontmoeting, inspiratie en (mijn persoonlijke favoriet) de menselijke verbinding in het onderwijs. Ik had de eer om deze dag te mogen openen en te begeleiden als dagvoorzitter. De toon zetten: De student centraal Als dagvoorzitter mocht ik de aftrap verzorgen. Voor mij was dit hét moment om direct de kern te raken: hoe blijven we, te midden van alle technologische vernieuwingen, écht in contact met de belevingswereld van onze studenten? Technologie zoals AI, VR en AR zijn prachtige middelen, maar ze zijn pas waardevol als ze de afstand tussen docent en student verkleinen. Inspiratie van wereldformaat Na de opening en de presentatie van de nieuwe huisstijl door Carel Laenen (CVB Unicoz Onderwijsgroep), werd het stokje overgedragen aan twee indrukwekkende keynote sprekers: Vakmanschap in de praktijk Tussen deze zwaargewichten door mocht ik zelf een workshop geven over het aansluiten bij de belevingswereld van studenten. We doken in de vraag hoe we als onderwijsprofessionals de taal van de student kunnen spreken zonder onszelf te verliezen. Het mooie van deze dag was de balans tussen theorie en praktijk. Binnen de kaders, Buiten de lijntjes zeg maar! Innovatie en toekomst Een hoogtepunt was de uitreiking van de Unicoz Innovatieprijs, gewonnen door het Innovatorium van het Oranje Nassau College (Clauslaan). Het is geweldig om te zien dat vernieuwing van onderop zo wordt gewaardeerd. Dank aan Maniëlle van der Does, Rik Zwart, Raymond van den Berg en Jannetta voor de strakke organisatie. Het was een dag die precies liet zien waar goed onderwijs over gaat: passie, verbinding en de moed om buiten de gebaande paden te treden. Over vier jaar hoop ik er weer bij te zijn!
Podcast host: “Tussen de lessen door” – Barend Last over AI en autonomie.
De robots komen eraan en ze nemen onze banen over. Het is een doemscenario dat sinds de opkomst van generatieve AI regelmatig door de wandelgangen van onze scholen spookt. Maar laten we die hardnekkige mythe direct en voorgoed doorprikken: de leraar is allesbehalve dood. Sterker nog, het leraarschap wordt in het tijdperk van kunstmatige intelligentie alleen maar belangrijker. In de tweede aflevering van de podcast Tussen de lessen door gingen Mare Lensvelt en ik hierover in gesprek met onderwijsexpert Barend Last. Het werd een fascinerend gesprek over de absolute essentie van ons vak. Want wat blijft er eigenlijk over als een algoritme in drie seconden een perfect essay kan schrijven, een complexe theorie kan samenvatten of een compleet lesplan kan genereren? Het antwoord is verrassend simpel, maar het raakt de absolute kern van wat we elke dag in de klas doen: menselijkheid. Van leverancier van antwoorden naar architect van vragen Heel lang was ons onderwijssysteem gebouwd rondom het zenden van informatie. Wij, de docenten, bezaten de kennis en we droegen die over. AI heeft dat monopolie op kennis definitief opengebroken. Barend stelde tijdens onze podcast een briljante vraag die we onszelf vaker moeten stellen: wat gebeurt er met ons onderwijs als niet het antwoord, maar de vraag centraal komt te staan? Dat illustreert de échte veranderende rol van de leraar. We transformeren in hoog tempo van wandelende encyclopedieën naar gidsen in kritisch denken. Het vermogen om de juiste vragen te stellen – of dat nu is aan een medestudent, aan jezelf, of aan een taalmodel in de vorm van een ‘prompt’ – wordt de belangrijkste vaardigheid van deze eeuw. Hier komt ons pedagogisch en didactisch kompas om de hoek kijken. We moeten studenten leren navigeren in een immense zee van informatie. We moeten ze leren twijfelen aan de antwoorden die een scherm ze geeft, en ze uitdagen om altijd één laag dieper te graven. Dat is geen taak voor een computer; dat vereist de fijngevoeligheid en het inlevingsvermogen van een menselijke docent. Iemand die aan de lichaamstaal ziet wanneer een student vastloopt, of juist voelt wanneer iemand extra uitdaging nodig heeft om tot bloei te komen. Technologie als brug, niet als bestemming We roepen het al jaren, maar door deze digitale stroomversnelling is het actueler dan ooit: de student moet centraal staan. Toch zie ik in de onderwijspraktijk nog te vaak dat we ons blindstaren op de nieuwste glimmende tools. We willen ‘iets met AI’ doen, of we schaffen ineens massaal VR-brillen aan, puur en alleen omdat het vernieuwend klinkt en we niet willen achterblijven. Tijdens ons gesprek in de podcast kwam heel duidelijk naar voren dat technologie pas écht waarde krijgt als je het menselijk maakt. Dat is precies de kern waar het omdraait. Technologie – in welke vorm dan ook – is nooit een doel op zich. Het is slechts een prachtig, krachtig middel om dichter bij de belevingswereld van de student te komen. Onze jongeren leven in een digitale realiteit; het is hun natuurlijke habitat. Als we die technologie slim en doordacht inzetten, kunnen we abstracte concepten tastbaar maken en perfect aansluiten bij wat hen bezighoudt. We kunnen de theorie tot leven wekken op manieren die vroeger simpelweg ondenkbaar waren. Maar vergeet nooit: de tool zélf doet niet het werk. De verbinding die jij als docent legt tussen die technologie en de intrinsieke passie van de student, dát is waar de echte magie ontstaat. Vakmanschap in theorie en praktijk Het indrukwekkende aan deze technologische golf is dat het geen enkel onderscheid maakt. Het raakt het hele spectrum van ons onderwijslandschap, of je nu lesgeeft in theoretisch of praktisch gericht onderwijs. Ik gruwel persoonlijk van termen als ‘hoger’ of ‘lager’ onderwijs, want juist nu zien we dat het ambacht en het échte vakmanschap van docenten over de hele linie van onschatbare waarde zijn. Juist in het praktisch gerichte onderwijs is de vertaalslag van droge theorie naar de echte, fysieke wereld ontzettend cruciaal. Een AI kan misschien een geavanceerde bouwtekening genereren of een zorgprotocol optimaliseren, maar het leert een student niet hoe je de spanning in een klaslokaal of werkplaats leest. Het algoritme leert ze niet hoe je een onzekere patiënt met een simpele blik geruststelt, of hoe de textuur van het juiste hout of metaal in je handen moet voelen. Ons vakmanschap als docent zit verborgen in het overbrengen van die ongeschreven regels, de beroepstrots en het ethisch besef. AI neemt hopelijk steeds meer van ons repeterende en administratieve werk uit handen, zodat wij eindelijk weer tijd en ruimte hebben voor datgene waarvoor we ooit voor de klas zijn gaan staan: de relatie met de mens tegenover ons. Buiten de kaders kleuren De angst voor AI in de schoolbanken komt vaak voort uit de vrees dat we de controle verliezen. Maar misschien is het inmiddels wel tijd om die controle doelbewust een beetje los te laten. Laten we slim rebelleren tegen de oude, roestige structuren van eindeloos toetsen, afvinken en standaardiseren. Laten we de ruimte pakken om vaker buiten de lijntjes te kleuren. Als AI langzaam maar zeker de standaardtaken van ons overneemt, ontstaat er een schitterende leegte in onze agenda’s. Een ruimte die we kunnen en móéten vullen met creativiteit, met échte, verdiepende gesprekken, en met de tijd om het onbenutte potentieel van onze jongeren te ontdekken en te stimuleren. Barend Last vatte het in onze podcast eigenlijk perfect samen: we moeten de technologie omarmen om het onderwijs paradoxaal genoeg juist menselijker te maken. De leraar is niet dood. Integendeel. We worden zojuist bevrijd van ons administratieve keurslijf en staan aan de vooravond van de mooiste onderwijsvernieuwing in decennia. Benieuwd naar het hele gesprek, vol praktische voorbeelden en scherpe inzichten voor jouw eigen lespraktijk? Beluister de tweede aflevering van Tussen de lessen door met Barend Last, Mare Lensvelt en mijzelf. Het is bijna verplichte kost voor elke onderwijsprofessional die niet bang is om vooruit te kijken.
Podcast host: “Tussen de lessen door” – IPON Award winnaars 2026!
De energie van de IPON-beurs in de Jaarbeurs zindert nog na. Tussen de inspirerende gesprekken en de nieuwste technologische snufjes door, mocht ik een nieuwe rol vervullen waar mijn hart sneller van gaat kloppen: ik ben de co-host van de gloednieuwe IPON podcast “Tussen de lessen door”! Samen met host Mare Lensvelt duik ik de studio in om het gesprek aan te gaan over wat er écht toe doet in onze klaslokalen. Innovatie is namelijk geen doel op zich, maar een middel om het vakmanschap van de docent te versterken en dichter bij de belevingswereld van de student te komen. De winnaars aan de microfoon In onze allereerste aflevering vallen we meteen met de neus in de boter. We ontvingen de kersverse winnaars van de IPON Awards 2026. Twee initiatieven die laten zien hoe je theoretische kaders omzet in praktische, impactvolle oplossingen: Waarom dit ertoe doet Of we het nu hebben over AI, VR of een fysiek bordspel over media: het gaat erom dat we de student centraal stellen. In de podcast bespreken we hoe deze innovaties niet alleen het onderwijs ‘vernieuwen’, maar vooral hoe ze de brug slaan tussen de docent en de student van nu. Benieuwd naar de verhalen achter deze winnaars en onze visie op de toekomst van praktisch en theoretisch gericht onderwijs? Luister dan naar de eerste aflevering van “Tussen de lessen door” hieronder!
