Je ziet een nieuwe digitale tool en denkt meteen aan je volgende les. Logisch: iets uitproberen kan energie geven. Maar voordat je een account aanmaakt of een opdracht ombouwt, helpt één vraag: wat wil je dat je leerling of student straks beter kan?
Educatieve technologie krijgt betekenis in de keuzes die je maakt voor het leren. Met de onderstaande vijf vragen kun je één bestaande les of opdracht onderzoeken. Pak een concrete opdracht erbij en schrijf per vraag een kort antwoord op.
1. Welk leren wil je zichtbaar maken?
Formuleer wat iemand aan het einde moet kunnen laten zien. Bijvoorbeeld: twee bronnen vergelijken en onderbouwen welke informatie bruikbaar is. Of een beroepshandeling uitvoeren en uitleggen waarom die volgorde past. Dat geeft je meer houvast dan alleen ‘aan de slag met een presentatie’.
Vraag daarna welk deel lastig is. Ontbreekt voorkennis? Krijgt iemand te laat feedback? Is er weinig ruimte om te oefenen? Zo krijgt je keuze een concreet vertrekpunt.
2. Wie doet het denkwerk?
Een hulpmiddel kan informatie ordenen, een antwoord voorstellen of iets voordoen. Bepaal welk werk de leerling of student zelf moet doen. Laat je iemand alleen een uitkomst inleveren, of ook een afweging, tussenstap of uitleg?
Neem een AI-antwoord als voorbeeld. De leeractiviteit kan liggen in het controleren van de redenering en de bronnen, of in het vergelijken met een eigen eerste poging. Maak die activiteit expliciet in je opdracht.
3. Wanneer kun je bijsturen?
Bekijk op welk moment je zicht krijgt op het leren. Alleen aan het einde, als alles al is ingeleverd? Of kan iemand tussendoor een keuze uitleggen, een vraag stellen en verder proberen?
Een korte uitleg aan een klasgenoot, een tussenversie of een gerichte vraag kan daarbij helpen. Kies vervolgens of een digitale toepassing dat gesprek werkelijk ondersteunt. Meer over vragen, feedback en zicht op denken vind je in de terugblik op het webinar Zicht op leren.
4. Welke drempels voeg je toe?
Loop de opdracht door vanuit de leerling of student. Kan iedereen bij de toepassing? Is duidelijk hoe je begint? Welke gegevens moet iemand delen? En wat kan er gebeuren als de verbinding hapert of een account niet werkt?
Bespreek ook welke ondersteuning nodig is. Een eenvoudige eerste stap of een andere manier om dezelfde vaardigheid te laten zien kan ruimte geven. De digitale handeling moet het leerdoel bereikbaar houden.
5. Wat ga je na afloop onderzoeken?
Probeer de aangepaste opdracht op kleine schaal en bekijk het gemaakte werk. Kunnen leerlingen of studenten hun keuzes beter uitleggen? Waar lopen ze vast? Vraag ook wat hen heeft geholpen om te begrijpen, oefenen of verder te komen.
Neem die informatie mee naar je volgende les. Soms krijgt een toepassing een vaste plek. Soms werkt een andere combinatie van uitleg, oefening en gesprek beter. Dat onderzoek hoort bij het vakmanschap van de onderwijsprofessional.
Eén opdracht is een bruikbaar begin
Deze vijf vragen kun je met een collega naast jullie lesontwerp leggen. Of je nu werkt in po, vo, mbo, hbo of wo: kies een vraagstuk dat in jullie eigen onderwijs speelt en bespreek wat de leerling of student nodig heeft. Daaruit volgt welke technologie iets kan toevoegen.
Wil je dit met je team onderzoeken? Bekijk mijn lezing en workshop over educatieve technologie. We verbinden digitale didactiek met jullie onderwijspraktijk, met de mens achter het leren als vertrekpunt.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
