“Ze zijn tegenwoordig nergens meer voor te porren.”
Je hoort het soms in de docentenkamer… vaak tussen twee slokken koffie door. Dit gebeurt vlak nadat iemand een les heeft overleefd waarin de energie ongeveer hetzelfde niveau had als een vergeten plant in de vensterbank. Ik herken ook die frustratie.
Want ja, studenten kijken weg en ja, ze stellen soms pas vragen als de deadline zich met zwaailicht en sirene meldt. Ze lijken soms meer aandacht te hebben voor een binnenkomende Snapchat dan voor jouw zorgvuldig opgebouwde uitleg over burgerschap, loopbaanontwikkeling of een onderwerp waarvan jij oprecht denkt: jongens, dit is belangrijk voor jullie leven. Maar de conclusie “ze zijn niet gemotiveerd” is te makkelijk.
Studenten zijn niet leeg maar zitten juist vol… vol prikkels, keuzes, verwachtingen, onzekerheden, bijbanen, sociale druk, algoritmes en de voortdurende uitnodiging om ergens anders met hun aandacht te zijn. Wij vragen niet alleen om aandacht, wij concurreren om aandacht. Dat klinkt misschien ongemakkelijk, maar het is wel de realiteit. En nee, dat betekent niet dat onderwijs entertainment moet worden. We zijn geen Netflix met aanwezigheidsregistratie. Maar het betekent wel dat wij scherper moeten worden in de vraag waarom iets ertoe doet.
Van moeten naar willen…
Studenten willen best leren maar niet alleen altijd omdat wij zeggen dat het moet. Ze haken aan wanneer ze betekenis voelen, wanneer ze merken dat iets raakt aan hun toekomst, hun stage, hun leven, hun keuzes, hun vragen. Soms begint motivatie niet met enthousiasme, maar met herkenning.
“Wacht even, dit gaat over mij.”
Dat moment is goud! En dat moment ontstaat meestal niet door nog harder uit te leggen, het ontstaat door beter aan te sluiten. Niet door te doen alsof je hun wereld volledig begrijpt. Dat is namelijk ook gevaarlijk terrein. Voor je het weet gebruik je jongerentaal op een manier waardoor de hele klas plaatsvervangend ongemak krijgt. Niemand wil dat… jij niet, zij niet. En de Nederlandse taal helemaal niet.

Aansluiten begint veel eenvoudiger:
Vraag wat zij zien.
Vraag waar zij dit tegenkomen.
Vraag waarom dit volgens hen wel of niet klopt.
Vraag wat zij ermee zouden doen.
Dan verandert de dynamiek.
Van: “Ik vertel jullie wat belangrijk is.”
Naar: “Laten we onderzoeken waarom dit belangrijk zou kunnen zijn.”
Dat is geen trucje, maar een ontzettende belangrijke houding.
Reflectievraag:
Waar noem jij gedrag misschien “ongemotiveerd”, terwijl er eigenlijk sprake is van een ontbrekend haakje?
In Binnen de kaders & buiten de lijntjes ga ik dieper in op de leefwereld van studenten van nu en wat dat vraagt van ons vakmanschap als docent.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.